Ziektes en aandoeningen

Voedingsproblemen

Voedingsproblemen

 

Veel problemen bij vogels zijn terug te leiden op voeding die niet optimaal is samengesteld. Er komen veel tekorten in de voeding voor, maar ook een te grote hoeveelheid vitaminen kunnen problemen veroorzaken.

Zaadmengsels zoals in dierenspeciaalzaken verkocht worden zijn niet geschikt als compleet voer. In deze mengsels missen een aantal onmisbare voedingsstoffen, waaronder bepaalde vitamines, mineralen en aminozuren. Daarom is het nodig aan het zaadmengsel een voedingssupplement toe te voegen. Hierbij is het belangrijk dat op de verpakking vermeld staat wat er precies inziet. Als dit niet zo is, kan de samenstelling per keer veranderen.

 

Voer van een niet optimale samenstelling kan voor verschillende problemen zorgen:

 

Vetzucht

Vogels zullen een voorkeur hebben voor bepaalde delen van het zaadmengsel. Vaak zijn dit de zonnepitten. In zonnepitten zit erg veel vet, als de vogels naast het selectief eten, ook nog weinig bewegen, kunnen ze snel veel te dik worden. Vooral kaketoes, amazones en grasparkieten zijn hier gevoelig voor. Ze kunnen vettumoren (lipomen) ontwikkelen, er kan schade aan de lever ontstaan en hartfalen.

 

Vitamine tekorten

Vitamine A

Dit wordt in de lever gevormd uit bètacaroteen. Als deze bouwstof te weinig in het voer zit kunnen tekorten ontstaan. Vitamine A is belangrijk in de vorming van slijmvliezen en huid. Slijmvliezen vormen de binnenbekleding van verschillende belangrijke organen. Bij een tekort aan vitamine A worden deze dikker dan normaal. Dit zorgt voor allerlei problemen. Zo kunnen de vogels problemen krijgen met de nieren, als de afvoergangen hiervan dicht gaan zitten, door de te dikke slijmvliezen. Ze kunnen benauwd worden als de luchtpijp (deels) dicht gaat zitten.

Behalve de slijmvliezen kan ook de huid op de poten afwijkend worden, ook deze zal dikker worden. Als dit op de voetzolen gebeurt, verhoogt dit de kans op het ontstaan van bumblefoot.

Vitamine D

Een deel van het vitamine D wat een vogel gebruikt nemen ze op uit het voer. Daarnaast worden bouwstoffen voor vitamine D onder invloed van zonlicht in het lichaam omgezet in vitamine D. Als er onvoldoende vitamine D in het voer zit, en daarnaast wordt de vogel binnen gehouden (zonder direct contact met zonlicht) kunnen er gemakkelijk tekorten ontstaan.

Vitamine D zorgt ervoor dat calcium in het voer goed wordt opgenomen. Een tekort aan vitamine D kan ervoor zorgen dat dit minder gebeurd en zo kan ook een tekort aan calcium ontstaan, zeker als dit toch al weinig in het voer aanwezig is.

Bij jonge vogels kunnen botten vervormen omdat ze niet sterk genoeg worden door het gebrek aan calcium. Oudere vogels krijgen botontkalking en kunnen sneller de botten breken. Bij leggende vogels worden vaak eieren met een erg dunne schaal gezien.

Vitamine E

Vitamine E is een antioxidant. Dit betekent dat het door schadelijke stoffen weg te vangen schade aan cellen voorkomt. Als er naast een tekort aan vit E ook een tekort is aan het mineraal selenium kunnen spieren aangetast worden. De vogels zijn zwak, soms lijken ze verlamd. Als ook de spieren in de spiermaag zijn aangetast verteren ze het voer minder goed.

Een gebrek aan vitamine E kan ook zorgen voor hersenverschijnselen, vooral bij kippen is dit een bekend verschijnsel. De vogels hebben last van het evenwicht, kunnen trillen en draainekken.

 

Mineralen tekorten

Calcium

Dit is belangrijk voor de vorming van botten en eischalen, en speelt een rol in de aansturing van spieren. Bij tekorten in de voeding zal het lichaam calcium die het nodig heeft uit de botten gaan halen. Deze worden als gevolg daarvan broos en breken gemakkelijk.

Bij de grijze roodstaart komt daarnaast een ziekte voor waarbij het lichaam calcium nodig heeft maar het niet lukt dit uit de botten te halen. De vogels krijgen hierbij aanvallen waarbij ze van de stok vallen en erg slap zijn. Deze vogels hebben levenslang extra calcium in het voer nodig.

 

Jodium

 

Dit is nodig om schildklierhormoon aan te maken. Als er te weinig jodium in het voer zit, zal de schildklier als compensatie sterk gaan vergroten. De schildklier zit bij vogels onderaan de nek, net voor de ingang tot de borstholte. Vergroting van de klier kan zorgen dat de luchtpijp voor een deel wordt dichtgedrukt, dit veroorzaakt benauwdheid. Als de klier op de uitgang van de krop drukt, kan een vertraagde kroplediging ontstaan of de vogel kan het opgenomen voer weer uitbraken.