Ziektes en aandoeningen

Polyoma / Kruipersziekte

Dit is een ziekte die wordt veroorzaakt door een virus. Bij verschillende vogelsoorten geeft het verschillende symptomen.

 

Grasparkieten

Bij deze vogels is een vorm die bekend staat onder de naam kruipersziekte. Hierbij verliezen de jonge grasparkieten, rond het tijdstip van uitvliegen, hun slag- en staartpennen. Deze kunnen uitvallen of afbreken, waarbij ze behoorlijk wat bloed kunnen verliezen. De vogels kunnen niet meer vliegen en kruipen door het hok. Deze vorm kunnen de vogels overleven. Het ziekteverloop kan ook meer dodelijk zijn. De grasparkieten kunnen dan plotseling sterven op een leeftijd van 10-15 dagen, hiervoor zijn er geen verschijnselen gezien. Als de ziekte wat langzamer gaat, kan gezien worden dat de buik vergroot is, er kunnen bloedingen onder de huid ontstaan, de vogels kunnen moeite hebben met het evenwicht en de veren zijn afwijkend.

 

Papegaaiachtigen

Ook hier kunnen de ziektebeelden sterk verschillen. Jonge vogels die geïnfecteerd raken kunnen plotseling sterven, dit kan gaan zonder voorafgaande verschijnselen. Als de ziekte iets langzamer gaat, ontstaan er eerst verschijnselen zoals sloomheid, niet willen eten, gewichtsverlies, diarree, onderhuidse bloedingen en bemoeilijkte ademhaling. Ziekte komt het vaakst voor ten tijde van het uitvliegen. Na begin van de symptomen sterven de meeste jongen binnen 12 tot 48 uur. Jongen die overleven, worden dan vaak dragers die het virus blijven uitscheiden.

Oudere vogels die besmet raken worden vaak niet ziek. Dieren die wel ziek worden hebben vaak een meer slepende vorm van de ziekte. Hierbij eten ze af en toe wat minder, drinken veel, zijn gevoeliger voor allerlei andere infecties, zoals veroorzaakt door bacteriën en schimmels. Soms hebben ze ook een afwijkend verenkleed, maar dit komt niet zo vaak voor als bij grasparkieten. Vogels kunnen herstellen, hoewel een deel van deze dieren later alsnog overlijdt aan nierschade die het virus heeft veroorzaakt. Oudere vogels kunnen een verspreider van het virus worden zonder ooit ziekteverschijnselen te hebben laten zien.

 

Diagnose

Bij levende vogels kan bloed afgenomen worden, hierin kan DNA van het virus worden aangetoond. Bij dode vogels kan een het virus in lever en nieren gevonden worden.

Ook kan een swab genomen worden uit de cloaca, hiermee wordt echter alleen aangetoond of de vogel het virus uitscheidt of niet. Een negatieve uitslag betekent daarom niet automatisch dat de vogel niet besmet is. De uitscheiding van het polyoma virus kan wisselend zijn. Een bloedtest is hierom betrouwbaarder.

Oudere vogels die besmet raken, kunnen door een goede afweer het virus weer kwijt raken. Daarom wordt aangeraden bij een vogel die positief is, de bloedtest na 45-60 dagen te herhalen. De vogel kan dan negatief zijn.

 

Behandeling

Er is geen specifieke behandeling mogelijk tegen het virus. Oudere vogels die besmet raken, worden vaak ziek na een periode van stress. Het voorkomen van stress is daarom belangrijk.

Jonge vogels waarbij de bloedstolling verstoord is (waarbij dus onderhuidse bloedingen optreden) kunnen injecties met vitamine K krijgen. Deze helpen met de bloedstolling. Als een vogel echter al zo ziek is, zullen ze in de meeste gevallen snel sterven.

 

Preventie

 

Het belangrijkste is voorkomen van besmetting. Het is daarom erg belangrijk bij aankoop van nieuwe vogels, om zeker te weten dat deze niet besmet zijn en zo het virus kunnen introduceren. Er wordt aangeraden voor aankoop een bloedtest te laten doen, dit is zeker belangrijk als u thuis al vogels heeft.